Arabic Bengali Bulgarian Catalan English German Hungarian Italian Portuguese Serbian
De filosofie van dierenrechten
Tom Regan
Copyright © 2026 (CC
BY)
Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationaal-licentie.
Het staat je vrij om
het materiaal:
• Te delen — te kopiëren en te
verspreiden op eender welke manier
• Te bewerken
— het materiaal te remixen, veranderen en erop voort te bouwen voor elk doel,
inclusief commercieel gebruik
Onder de volgende
voorwaarden:
• Naamsvermelding
— Je moet de maker van dit werk vermelden, een link naar de licentie plaatsen
en aangeven of je wijzigingen hebt aangebracht. Je mag dit op elke redelijke
manier doen, maar niet zo dat de indruk ontstaat dat de maker instemt met je
werk of je gebruik van het werk.
Voorwoord door David Sztybel
Ik ben nu zo'n 37
jaar veganistisch dierenrechtenactivist. Ik had het geluk dat de behandeling
van het werk van Tom Regan deel uitmaakte van mijn universitaire opleiding. Ik
heb het werk nauwkeurig bestudeerd aan de Universiteit van Toronto voor mijn
proefschrift, Empathy and Rationality in Ethics. Ik had het voorrecht om
professor Regan te zien spreken op talloze conferenties. Net als bij zijn
geschriften gaf hij mij het onmiskenbare gevoel dat ik leerde van een werkelijk
groot denker. De sublieme kwaliteit van het schrijven in dit pamflet is ook
terug te vinden in zijn vele filosofische boeken, waarvan de belangrijkste
klassieker The Case for Animal Rights is. Ik heb grote eerbied voor zijn
werk, maar stel ze ook ter discussie, in de klassieke filosofische traditie.
Het laatstgenoemde
boek werkt binnen de traditie van individuele rechten, maar breekt met de oude
culturele gewoonte om alleen rechten voor mensen serieus te overwegen. Toch kan
iedereen die dieren serieus neemt, niet om de diepe ernst heen van Regans ideeën
over individuele rechten in dit pamflet.
Het leven van dieren is belangrijk voor henzelf, ongeacht hun
gebruikswaarde voor mensen, stelt Regan. Dieren hebben een onafhankelijke
waarde, wordt ons gezegd. Ze zijn niet slechts werktuigen of hulpbronnen. Wat
er met dieren gebeurt, doet er voor henzelf toe, zoals dr. Regan stelt.
Bovendien heeft elk dier in gelijke mate een leven dat voor hem of haar beter
of slechter kan verlopen, en verdient het daarom gelijke rechten. Daarom stelt
Regan voor dat wij de beginselen van rechtvaardigheid uitbreiden naar dieren,
en hen het fundamentele recht op respect verlenen – waaruit alle andere rechten
voortvloeien. Deze nadruk op individuele
rechten is nog altijd grensverleggend, onverminderd door de minachting voor
zelfs mensenrechten die nu een sterkere kracht wordt in de wereldpolitiek.
Naast de individuele
rechten voor dieren, die Regan op gedenkwaardige en krachtige wijze verdedigt,
bevat zijn pamflet wat ik “nageluiden” noem. Het zijn ideeën en thema’s die
resoneren bij mensen die rechten en respect serieus nemen. Het zijn punten waar
Regan de nadruk op legt en die logischerwijs bij iedereen met de nodige ernst
zouden moeten doorklinken. Vrouwen en zwarte mensen zijn er niet om anderen te
dienen, en dieren evenmin. Geen enkel principieel mens neemt genoegen met
'willekeurige discriminatie', onrechtvaardige vooroordelen of egoïsme. Deze
inzichten raken een gemeenschappelijke snaar bij al die mensen die zich in deze
sombere dagen, na Regans overlijden in 2017, realiseren dat wij geen recht
hebben om rechten op te geven. Wanneer de wereld harder wordt, moet onze morele
vastberadenheid dat ook worden. Dr. Regan zou het daarmee eens zijn.
Maar hoewel hij een pamflet schreef met de titel The Philosophy of Animal Rights, hoeven we niet aan te nemen dat Regans werk volmaakt is en in alle opzichten voor altijd bruikbaar blijft. Fundamentele morele vragen blijven bestaan. Regan zou de Zweedse wet op het dierenwelzijn van 1988 (Swedish Animal Welfare Act), die onder andere probeerde belangrijke stappen te zetten tegen de bio-industrie van varkens, niet hebben ondertekend. Zeugen werden toen al niet meer opgesloten om gedwongen te zogen. Met de nieuwe wet werd echter voorgeschreven dat varkens in het algemeen bewegingsvrijheid moesten hebben in plaats van krappe hokken, toegang tot stro en ander nestmateriaal, groepshuisvesting om een einde te maken aan de scheiding en het isolement van deze zeer sociale dieren, en een verbod op het couperen van staarten en het knippen van tanden, hoewel de castratiepraktijken bleven bestaan. Toch maakten deze maatregelen een einde aan enorm lijden. Om duidelijk te zijn: Zweden verbood niet alle vormen van bio-industrie. Hadden het specifieke lijden en de dood van dieren in Zweden toen niet op deze manier moeten worden aangepakt, zelfs gezien de reële tekortkomingen van het wetsvoorstel? In het algemeen sterven er veel meer dieren in de intensieve landbouw. Sterftecijfers lopen gemakkelijk op tot wel 15% terwijl de winst alsnog wordt gemaximaliseerd. We kunnen nog steeds vastberaden blijven om dierenrechten te verwezenlijken wanneer de wereld uiteindelijk klaar is voor een dergelijke toestand. Nu is het geweldig voor de gelukkige “morele insiders” wanneer zij floreren, beschermd door nobele dierenrechtenidealen in activistische huishoudens en opvangcentra. Het is echter gruwelijk wanneer de ongelukkige “morele outsiders” onrechtvaardig lijden onder de absolute wreedheden van de bio-industrie.
Regan schrijft in
dit pamflet over het belang van compassie, empathie en medeleven. Maar The
Case for Animal Rights weerspiegelt eerder de volgende zin, eveneens uit
dit pamflet: “De filosofie van dierenrechten vereist louter dat de logica wordt
gerespecteerd.” Regan legt in zijn belangrijkste boek niet de nadruk op
zorgzaamheid, wat veel feministen hem verwijten. Nu zou iemand gemakkelijk
kunnen beamen dat Regan volkomen logisch consistent is, terwijl diezelfde
beoordelaar nauwelijks om dieren geeft. Dat zou de dieren vrijwel niets
opleveren dat hen helpt. Toch heeft ook zorgzaamheid haar eigen problemen in de
ethiek. Als je empathisch iemand “spiegelt”, een veelvoorkomend thema in
zorgethiek, wat is dat dan waard als die persoon corrupt of wreed is? Zuiver
logische ideeën en zuiver sympathieke gevoelens leiden beide tot morele
problemen. Kunnen wij het beter doen in één enkele, coherente filosofie?
En welke “dieren”
tellen mee in dierenrechten? Regan verdient op dit punt veel lof. Regan is zo
verstandig om te pleiten voor rechten voor honden maar niet voor amoeben. Toch
moet ook de pijn van naaktslakken in overweging worden genomen, zoals hij zorgvuldig
suggereert. In zijn boek stelt hij alles in het werk om zijn standpunt te
rechtvaardigen over welke dieren moreel meetellen — “subjecten van een leven” (subjects-of-a-life),
zoals hij ze noemt — hoewel er belangrijke vragen blijven bestaan. Maar is het
binnen de filosofie niet een algemene waarheid dat er altijd belangrijke vragen
te stellen en te overwegen zijn? Laten we daarom verder op onderzoek uitgaan,
en dieren bij voorkeur benaderen met iets dat lijkt op Regans “respectbeginsel”,
zoals hij het zo mooi verwoordde in The Case for Animal Rights...
Dr. David
Sztybel
Maberly, Ontario, Canada
Januari 2026
Voorwoord door Marly Winckler
De tekst The
Philosophy of Animal Rights, van Tom Regan, oorspronkelijk gepubliceerd in
1989, systematiseert en verspreidt in toegankelijke taal de stelling die hij
oorspronkelijk ontwikkelde in zijn boek The Case for Animal Rights (1983). Het
werk is een van de meest rigoureuze, coherente en veeleisende formuleringen van
de ethiek van dierenrechten. Regans werk maakt deel uit van een reeds
geconsolideerd debat, waarin de publicatie van Animal Liberation, door Peter
Singer, in 1975 een fundamenteel ijkpunt vormt. Zowel The Case for Animal
Rights als de latere synthese ervan ontstaan dus in een context waarin het
bewustzijn van dieren, de problematiek van het lijden en de kritiek op
speciesisme reeds stevig verankerd waren binnen het filosofische veld.
Regan gaat een stap
verder door een theorie van dierenrechten te formuleren die gebaseerd is op het
concept van intrinsieke waarde en op het begrip van subjects-of-a-life.
Deze formulering bekritiseert niet alleen bijzonder wrede praktijken, maar
stelt de morele legitimiteit van de exploitatie van dieren als zodanig ter
discussie, en verwerpt elke behandeling die deze individuen reduceert tot
louter middelen voor menselijke doeleinden.
Meer dan drie
decennia na de publicatie van deze tekst — en vijftig jaar na Animal
Liberation — worden we echter geconfronteerd met een ongemakkelijke
historische tegenstrijdigheid: nooit eerder is er zoveel wetenschappelijke en
filosofische kennis geproduceerd op het gebied van dierethiek, en tegelijk zijn
er nog nooit zoveel dieren op industriële schaal geëxploiteerd als vandaag. De
theoretische helderheid is buitengewoon toegenomen; het maatschappelijke
bewustzijn en de politieke structuren zijn echter ver achtergebleven bij deze
vooruitgang.
Sinds de jaren
zeventig hebben solide argumenten het bewustzijn van dieren overtuigend
aangetoond, het speciesisme ontmanteld en de morele inconsistentie aangetoond
van systemen die gebaseerd zijn op de instrumentalisering van wezens met
bewustzijn. Op intellectueel vlak is de ethische legitimiteit van de
exploitatie van dieren diepgaand aan het wankelen gebracht. Toch heeft deze
conceptuele revolutie zich niet vertaald in een structurele transformatie van
de samenleving.
De brede bevolking
is weliswaar beter geïnformeerd, maar blijft grotendeels geïntegreerd in
culturele en voedingspatronen die afhankelijk zijn van de exploitatie van
dieren. Hetzelfde geldt voor politieke, economische, artistieke en religieuze
elites, die voor het grootste deel hun gewoonten, discoursen en allianties
hebben behouden. Dierenleed is zichtbaarder geworden, maar geen prioriteit; het
is beter bekend, maar staat niet centraal.
Deze kloof kan deels
worden verklaard door het aanhoudende gebrek aan morele vorming rond
dierenrechten, wat zelfs binnen het hoger onderwijs opvallend ongebruikelijk
blijft. Studenten aan universiteiten of hogescholen krijgen zelden een
substantiële of systematische kennismaking met dierethiek of met argumenten
gebaseerd op rechten, en voor degenen die dergelijke opleidingen afronden — of
die helemaal geen toegang hebben tot postsecundair onderwijs — liggen deze
kwesties nog verder buiten bereik. Buiten gespecialiseerde academische of
activistische kringen zijn argumenten gebaseerd op dierenrechten grotendeels
afwezig in de reguliere media en in het publieke debat. Deze kloof manifesteert
zich echter het sterkst op politiek-institutioneel niveau, waar in veel landen
wetgevende organen zwaar worden beïnvloed — en vaak feitelijk worden gegijzeld
— door machtige economische belangengroepen, in het bijzonder de landbouwsector
en het agro-industrieel complex. Sectoren waarvan de economische
levensvatbaarheid direct verbonden is met de exploitatie van dieren oefenen een
beslissende invloed uit op verkiezingen, wetgevende agenda’s en
overheidsbeleid. Dit versterkt de kloof tussen ethisch bewustzijn en
structurele verandering.
Deze configuratie
verandert het debat over dierenrechten in een bijna verboden terrein, waarin
ethische voorstellen frontaal botsen met diepgewortelde economische belangen,
met trage en onregelmatige vooruitgang tot gevolg. Zelfs initiatieven zoals
Meatless Monday, die een vermindering van de consumptie van dierlijke producten
voorstellen, worden het doelwit van disproportionele reacties juist vanwege hun
symbolische en educatieve karakter. Deze weerstand laat zich niet verklaren
door de onmiddellijke praktische impact van het voorstel, maar doordat het — al
is het maar voor één dag — breekt met de vanzelfsprekendheid van exploitatie en
de concrete mogelijkheid blootlegt van alternatieve voedings- en culturele
modellen.
Dit patroon van
reactie en weerstand legt een cruciaal feit bloot: ethische vooruitgang op het
gebied van dierenrechten is nog altijd meer afhankelijk van uitzonderlijke
historische kansen dan van permanente structuren van rechtvaardigheid. Wanneer
deze uitzonderlijke kansen voorbijgaan, neigt achteruitgang of stagnatie de
overhand te krijgen. Wat een doorlopend overheidsbeleid zou moeten zijn,
verandert daardoor vaak in een opzichzelfstaand incident; wat een recht zou
moeten zijn, blijkt dikwijls niet meer dan een tijdelijke maatregel.
Hier ontstaat een
spanning die we niet kunnen vermijden. Tom Regan heeft gelijk in zijn morele
diagnose; de historische ervaring leert echter dat alles eisen, als voorwaarde
voor handelen, vaak betekent dat er uiteindelijk zeer weinig — of bijna niets —
wordt bereikt. Daarbij komt een terugkerend verschijnsel in politieke en
ethische bewegingen: kritiek die niet gericht is op externe tegenstanders, maar
op transitie-initiatieven die afkomstig zijn uit het dierenrechtenveld zelf. Verre
van de zaak van de belangenbehartiging voor dieren te versterken, neigen
dergelijke dynamieken er juist toe een politiek toch al kwetsbare beweging nog
verder te versplinteren. Potentiële raakvlakken veranderen zo in interne
verdeeldheid, het vermogen tot collectieve actie verwatert, en betekenisvolle
kansen om een gemeenschappelijke basis te creëren om dieren effectief te
helpen, gaan hiermee verloren.
Gezien deze situatie
wordt de vraag onvermijdelijk: moeten we ons onthouden van actie, simpelweg
omdat we nog niet alles in één keer kunnen bereiken? Voor Regan hebben
geleidelijke hervormingen de neiging onrecht te verlengen doordat zij
structuren legitimeren die afgeschaft zouden moeten worden. De historische
ervaring leert echter dat het opschorten of delegitimeren van effectieve,
meetbare en politiek transformatieve acties in de naam van de zuiverheid van
het ideaal, in de praktijk neerkomt op het accepteren van de volledige
continuïteit van precies datzelfde leed dat men beweert te bestrijden.
Het behouden van de
afschaffing van het gebruik en de exploitatie van dieren als normatieve horizon
is fundamenteel. Maar het verwarren van die horizon met een directe eis tot
actie kan ethische coherentie veranderen in politieke verlamming. Tussen het accepteren
van onrecht zoals het is en het eisen van de onmiddellijke afschaffing ervan,
bestaat een tussenweg. Op die weg — onvolmaakt, omstreden en geleidelijk —
veranderen mensen hun gewoonten en begint de manier waarop naar dieren wordt
gekeken te verschuiven. Dit pad relativeert het onrecht van de exploitatie van
dieren niet; het erkent louter dat een moreel argument, hoe correct ook, niet
automatisch leidt tot historische verandering. Dit soort transformaties is
afhankelijk van concrete politieke strijd. Het in diskrediet brengen van deze
overgangsruimte versnelt de bevrijding van dieren niet; het verlengt enkel de
status quo.
Elke maaltijd zonder
producten van dierlijke oorsprong die op een openbare school wordt geserveerd,
is geen triviaal gebaar. Het is een tastbare ervaring die de smaak ontwikkelt,
alternatieven normaliseert, culturele referentiekaders verschuift en het rijk
der mogelijkheden vergroot. Dit vervangt de afschaffing van de exploitatie van
dieren niet — maar het legt de voedingsbodem zodat dit niet langer ondenkbaar
lijkt. Effectieve overgangsmaatregelen afwijzen in naam van theoretische
zuiverheid betekent concrete hulp ontzeggen aan dieren die nu lijden — een
standpunt dat we nauwelijks zouden accepteren wanneer het gaat om onrecht dat
tegen mensen wordt gepleegd. Deze dubbele moraal onthult een speciesistisch
vooroordeel en een onthechting van de realiteit waarin de dieren zelf leven.
Tom Regans tekst
blijft een onmisbaar ethisch baken door helder te stellen dat de exploitatie
van dieren een onrechtvaardigheid is die moet worden afgeschaft, en niet louter
hervormd. Op moreel vlak is zijn diagnose ondubbelzinnig; op historisch en
politiek vlak vertaalt de helderheid van het ideaal zich echter niet
automatisch in maatschappelijke transformatie. Tussen de bevestiging van het
principe en de effectieve verandering van praktijken is het noodzakelijk om
bruggen te bouwen, ook al zijn deze voorlopig en onvolmaakt. Het weigeren om
dergelijke tussenstappen te zetten in de naam van absolute coherentie mag dan
de integriteit van het morele discours bewaken, het verandert het
overheidsbeleid niet, het wijzigt de maatschappelijke praktijken niet, en het
vermindert evenmin het reële en directe lijden van miljarden dieren.
Marly
Winckler
Florianópolis, Brazilië
Januari 2026
--------
De filosofie van dierenrechten
Tom Regan
Het standpunt van dierenrechten
De andere dieren die
door mensen worden gegeten, in de wetenschap worden gebruikt, bejaagd, gevangen
en op uiteenlopende manieren geëxploiteerd, hebben een eigen leven dat
belangrijk is voor henzelf, los van hun nut voor ons. Ze zijn niet alleen in de
wereld, ze zijn zich er ook bewust van. Wat hen overkomt, doet ertoe voor hen.
Elk van hen heeft een leven dat beter of slechter verloopt voor diegene wiens
leven het is.
Dat leven omvat een
verscheidenheid aan biologische, individuele en sociale behoeften. De
bevrediging van deze behoeften is een bron van plezier; hun frustratie of
misbruik is een bron van pijn. Op deze fundamentele punten zijn de
niet-menselijke dieren in bijvoorbeeld laboratoria of op boerderijen gelijk aan
menselijke wezens. Daarom moet de ethiek van onze omgang met hen — en met
elkaar — dezelfde fundamentele morele principes erkennen.
Op het diepste
niveau is de menselijke ethiek gebaseerd op de onafhankelijke waarde van het
individu: de morele waarde van een mens mag niet worden afgemeten aan hoe
nuttig die persoon is voor het behartigen van de belangen van andere menselijke
wezens. Mensen behandelen op manieren die hun onafhankelijke waarde niet eren,
is een schending van dat meest fundamentele mensenrecht: het recht van elke
persoon om met respect te worden behandeld.
De filosofie van
dierenrechten vereist louter dat de logica wordt gerespecteerd. Want elk
argument dat op aannemelijke wijze de onafhankelijke waarde van menselijke
wezens verklaart, impliceert dat andere dieren dezelfde waarde hebben, en wel
op gelijke wijze. En elk argument dat op aannemelijke wijze het recht van
mensen verklaart om met respect te worden behandeld, impliceert ook dat deze
andere dieren datzelfde recht hebben, eveneens op gelijke wijze.
Het is daarom waar
dat vrouwen niet bestaan om mannen te dienen, zwarte mensen niet om blanke
mensen te dienen, de armen niet om de rijken te dienen, of de zwakken niet om
de sterken te dienen. De filosofie van dierenrechten accepteert deze waarheden
niet alleen; ze dringt erop aan en rechtvaardigt ze. Maar deze filosofie gaat
verder. Door te hameren op de onafhankelijke waarde en rechten van andere
dieren, en door deze te rechtvaardigen, geeft ze wetenschappelijk onderbouwde
en moreel onpartijdige redenen om te ontkennen dat deze dieren er zijn om ons
te dienen.
Zodra deze waarheid
wordt erkend, is het gemakkelijk om te begrijpen waarom de filosofie van
dierenrechten compromisloos is in haar reactie op elk onrecht dat andere dieren
wordt aangedaan. De rechtvaardigheid eist bijvoorbeeld geen grotere of schonere
kooien in het geval van dieren die in de wetenschap worden gebruikt, maar lege
kooien; geen “traditionele” veeteelt, maar een volledig einde aan alle handel
in het vlees van dode dieren; geen “humanere” jacht en vangst, maar de totale
uitroeiing van deze barbaarse praktijken.
Want wanneer sprake
is van totaal onrecht, moet men zich er volledig tegen verzetten. Gerechtigheid
eiste geen “hervormde” slavernij, geen “hervormde” kinderarbeid, geen
“hervormde” onderwerping van vrouwen. In elk van deze gevallen was afschaffing
het enige morele antwoord. Het louter hervormen van totaal onrecht betekent het
verlengen van onrecht.
De filosofie van
dierenrechten eist hetzelfde antwoord — afschaffing — als reactie op de
onrechtvaardige exploitatie van andere dieren. Het zijn niet de details van de
onrechtvaardige exploitatie die moeten veranderd worden. Het is de
onrechtvaardige exploitatie zelf die moet worden beëindigd, of het nu op de
boerderij, in het laboratorium of bij wilde dieren is. De filosofie van
dierenrechten vraagt niets meer, maar ook niets minder.
10 argumenten voor dierenrechten en de toelichting erop
1
De filosofie van
dierenrechten is rationeel.
Verklaring: Het is niet rationeel om willekeurig te
discrimineren. En discriminatie tegen niet-menselijke dieren is willekeurig.
Het is verkeerd om zwakkere menselijke wezens, vooral zij die een normale
menselijke intelligentie ontberen, te behandelen als “instrumenten”,
“hernieuwbare hulpbronnen”, “modellen” of “handelswaar.” Het kan daarom niet
juist zijn om andere dieren te behandelen alsof ze “instrumenten”, “modellen”
en dergelijke zijn, indien hun psychologie even rijk (of rijker) is als die van
deze mensen. Hier anders over denken is irrationeel.
“Een dier
beschrijven als een fysisch-chemisch systeem van extreme complexiteit is
ongetwijfeld volkomen correct, behalve dat het voorbijgaat aan het ‘dier-zijn’
van het dier.” (E. F.
Schumacher)
2
De filosofie van
dierenrechten is wetenschappelijk.
Verklaring: De filosofie van dierenrechten
respecteert de stand van onze beste wetenschap in het algemeen en de
evolutiebiologie in het bijzonder. Laatstgenoemde leert dat, in de woorden van
Darwin, de mens van veel andere dieren verschilt 'in graad, niet in aard'.
Kwesties over waar we de grens moeten trekken daargelaten, is het overduidelijk
dat dieren die bijvoorbeeld in laboratoria worden gebruikt, voor voedsel worden
gefokt en voor plezier worden bejaagd of voor winst worden gevangen, onze
psychologische verwanten zijn. Dit is geen fantasie, dit is een feit, bewezen
door onze beste wetenschap.
“Er is geen
fundamenteel verschil tussen mensen en de hogere zoogdieren in hun mentale
vermogens.” (Charles
Darwin)
3
De filosofie van
dierenrechten is onbevooroordeeld.
Verklaring: Racisten zijn mensen die denken dat de
leden van hun ras superieur zijn aan de leden van andere rassen, simpelweg
omdat de eersten tot hun (het “superieure”) ras behoren. Seksisten geloven dat
de leden van hun geslacht superieur zijn aan de leden van het andere geslacht,
simpelweg omdat de eersten tot hun (het “superieure”) geslacht behoren. Zowel
racisme als seksisme zijn paradigma’s van onhoudbare onverdraagzaamheid. Er is
geen “superieur” of “inferieur” geslacht of ras. Raciale en seksuele verschillen
zijn [sociale en] biologische, geen morele verschillen.
Hetzelfde geldt voor
speciesisme — de opvatting dat leden van de soort Homo sapiens superieur
zijn aan leden van elke andere soort, simpelweg omdat menselijke wezens tot de
eigen (de “superieure”) soort behoren. Er is geen “superieure” soort. Anders
denken is niet minder bevooroordeeld zijn dan racisten of seksisten.
“Als je het doden om
vlees te eten kunt rechtvaardigen, kun je de omstandigheden van het getto
rechtvaardigen. Ik kan geen van beide rechtvaardigen.” (Dick Gregory)
4
De filosofie van
dierenrechten is rechtvaardig.
Verklaring: Gerechtigheid is het hoogste principe
van ethiek. We mogen geen onrecht begaan of toestaan opdat er goeds uit
voortvloeit, noch de rechten van enkelen schenden opdat velen er zouden van
profiteren. Slavernij stond dit toe. Kinderarbeid stond dit toe. De meeste
voorbeelden van sociaal onrecht staan dit toe. Maar niet de filosofie van
dierenrechten, waarvan het hoogste principe dat van gerechtigheid is: niemand
heeft het recht om te profiteren door de rechten van een ander te schenden, of
die “ander” nu een menselijk wezen is of een ander dier.
“De redenen voor
wettelijke interventie ten gunste van kinderen zijn niet minder sterk van
toepassing op het geval van die ongelukkige slaven — de (andere) dieren.” (John Stuart Mill)
5
De filosofie van
dierenrechten is mededogend.
Verklaring: Een heel menselijk leven vereist
gevoelens van empathie en sympathie — in één woord, mededogen voor de
slachtoffers van onrecht, of die slachtoffers nu mensen of andere dieren zijn.
De filosofie van dierenrechten roept op tot de deugd van compassie, en de
acceptatie ervan stimuleert de groei van deze deugd. Deze filosofie is, in
Lincoln’s woorden, “de weg van een heel menselijk wezen.”
“Mededogen in actie
zou de glorieuze mogelijkheid kunnen zijn om onze overvolle, vervuilde planeet
te beschermen ...”
(Victoria Moran)
6
De filosofie van
dierenrechten is onbaatzuchtig.
Verklaring: De filosofie van dierenrechten vereist
de toewijding tot het dienen van zij die zwak en kwetsbaar zijn — zij die, of
het nu mensen of andere dieren zijn, het vermogen missen om voor zichzelf te
spreken of zichzelf te verdedigen, en die bescherming nodig hebben tegen
menselijke hebzucht en hardvochtigheid. Deze filosofie vereist deze toewijding,
niet omdat het in ons eigenbelang is om die te geven, maar omdat het juist is
om dat te doen. Deze filosofie roept daarom op tot onbaatzuchtige
dienstbaarheid, en de acceptatie ervan stimuleert de groei hiervan.
“We hebben een
morele filosofie nodig waarin het concept liefde, dat tegenwoordig zo zelden
door filosofen wordt vermeld, opnieuw centraal kan worden gesteld.” (Iris Murdoch)
7
De filosofie van
dierenrechten is individueel vervullend.
Verklaring: Alle grote tradities in de ethiek, zowel
seculiere als religieuze, benadrukken het belang van vier zaken: kennis,
rechtvaardigheid, mededogen en autonomie. De filosofie van dierenrechten is
daarop geen uitzondering. Deze filosofie leert dat onze keuzes gebaseerd moeten
zijn op kennis, een uiting moeten zijn van mededogen en rechtvaardigheid, en in
vrijheid moeten worden gemaakt. Het is niet gemakkelijk om deze deugden te
bereiken, of om de menselijke neigingen tot hebzucht en onverschilligheid te
beheersen. Maar een heel menselijk leven is zonder deze deugden onmogelijk. De
filosofie van dierenrechten roept op tot individuele zelfontplooiing, en de
acceptatie ervan stimuleert de groei hiervan.
“Menselijkheid is
geen dood extern voorschrift, maar een levende impuls van binnenuit; geen
zelfopoffering, maar zelfontplooiing.” (Henry Salt)
8
De filosofie van
dierenrechten is maatschappelijk progressief.
Verklaring: De grootste belemmering voor de bloei
van de menselijke samenleving is de exploitatie van andere dieren door toedoen
van de mens. Dit geldt in het geval van ongezonde voedingspatronen, van het
routinematige vertrouwen op het 'volledige diermodel' in de wetenschap, en van
de vele andere vormen die de exploitatie van dieren aanneemt. En het geldt niet
minder voor bijvoorbeeld onderwijs en reclame, die ertoe bijdragen dat de
menselijke psyche wordt afgestompt voor de eisen van de rede, onpartijdigheid,
mededogen en rechtvaardigheid. Op al deze manieren blijven naties diep
achtergebleven, omdat ze er niet in slagen de ware belangen van hun burgers te
dienen.
“De grootsheid van
een natie en haar morele vooruitgang kunnen worden afgemeten aan de manier
waarop haar dieren worden behandeld.” (Mahatma
Gandhi)
9
De filosofie van
dierenrechten is ecologisch verstandig.
Verklaring: De belangrijkste oorzaak van
milieudegradatie, waaronder bijvoorbeeld het broeikaseffect, watervervuiling en
het verlies van landbouwgrond als de bovenste bodemlaag, kan vaak worden
herleid tot de exploitatie van dieren. Ditzelfde patroon is zichtbaar binnen
het brede scala aan milieuproblemen, van zure regen en het dumpen van giftig
afval in de oceaan tot luchtvervuiling en de vernietiging van natuurlijk
leefgebied. In al deze gevallen is handelen om de getroffen dieren te
beschermen (die tenslotte de eersten
zijn die lijden en sterven aan deze milieurampen), handelen om de aarde te
beschermen.
“Totdat we een
doorleefd besef van verwantschap tot stand brengen tussen onze eigen soort en
die mede-stervelingen die met ons de zon en de schaduw van het leven op deze
gekwelde planeet delen, is er geen hoop voor andere soorten, is er geen hoop
voor het milieu, en is er geen hoop voor onszelf.” (Jon Wynne-Tyson)
10
De filosofie van
dierenrechten is vredelievend.
Verklaring: De fundamentele eis van de filosofie van
dierenrechten is om mensen en andere dieren met respect te behandelen. Om dit
te doen, mogen we niemand schaden, simpelweg opdat wijzelf of anderen daar
voordeel van kunnen hebben. Deze filosofie is daarom volledig gekant tegen
militaire agressie. Het is een filosofie van vrede, maar zij breidt de eis voor
vrede uit tot buiten de grenzen van onze soort. Want elke dag wordt er een
oorlog gevoerd tegen talloze miljoenen niet-menselijke dieren. Echt voor vrede
staan betekent resoluut speciesisme afwijzen. Het is ijdele hoop te geloven dat
er “vrede in de wereld” kan zijn als we er niet in slagen vrede te brengen in
onze omgang met andere dieren.
“Als door een of
ander wonder in al onze strijd de aarde wordt gespaard voor een nucleaire catastrofe,
zal alleen gerechtigheid jegens elk levend wezen de mensheid redden.” (Alice Walker)
10 argumenten tegen dierenrechten en hun weerleggingen
1
U stelt dieren en
mensen gelijk, terwijl mensen en dieren in werkelijkheid sterk van elkaar
verschillen.
Weerlegging: We zeggen niet dat mensen en andere
dieren in elk opzicht gelijk zijn. We zeggen bijvoorbeeld niet dat honden en
katten calculus kunnen doen, of dat varkens en koeien van poëzie genieten. Wat
we wel zeggen, is dat veel andere dieren, net als mensen, psychologische wezens
zijn met een eigen ervaring van welzijn. In die zin zijn wij en zij hetzelfde.
In die zin, zijn wij en zij daarom gelijk, ondanks onze vele verschillen.
“Alle argumenten om
de superioriteit van de mens te bewijzen kunnen dit harde feit niet aan
diggelen slaan: in het lijden zijn de dieren onze gelijken.” (Peter Singer)
2
U zegt dat elke mens
en elk ander dier dezelfde rechten heeft, wat absurd is. Kippen kunnen niet
stemmen, en varkens hebben geen recht op hoger onderwijs.
Weerlegging: We zeggen niet dat mensen en andere
dieren altijd dezelfde rechten hebben. Zelfs niet alle menselijke wezens hebben
dezelfde rechten. Mensen met ernstige verstandelijke beperkingen hebben
bijvoorbeeld geen recht op hoger onderwijs. Wat we wel zeggen, is dat deze
mensen en andere dieren een fundamenteel moreel recht delen - namelijk het
recht om met respect te worden behandeld.
“Het is het lot van
elke waarheid om te worden bespot wanneer zij voor het eerst wordt verkondigd.” (Albert Schweitzer)
3
Als dieren rechten
hebben, dan hebben groenten dat ook, wat absurd is.
Weerlegging: Veel dieren zijn zoals wij: ze hebben
een eigen psychologisch welzijn. Net als wij hebben deze dieren daarom het
recht om met respect te worden behandeld. Aan de andere kant hebben we geen
enkele reden, en zeker geen wetenschappelijke, om te geloven dat bijvoorbeeld
wortels en tomaten een psychologische aanwezigheid in de wereld brengen. Net als
alle andere planten missen wortels en tomaten alles wat lijkt op hersenen of
een centraal zenuwstelsel. Omdat ze in deze opzichten tekortschieten, is er
geen reden om planten te beschouwen als psychologische wezens met bijvoorbeeld
het vermogen om plezier en pijn te ervaren. Om deze redenen kan men op
rationele gronden rechten toekennen aan dieren en deze ontzeggen aan planten.
“De argumentatie
voor dierenrechten hangt uitsluitend af van de vereiste van bewustzijn.” (Andrew Linzey)
4
Waar trekt u de
grens? Als primaten en knaagdieren rechten hebben, dan hebben slakken en amoeben
die ook, wat absurd is.
Weerlegging: Het is vaak niet gemakkelijk om precies
te bepalen waar we “de grens moeten trekken”. We kunnen bijvoorbeeld niet exact
zeggen hoe oud iemand moet zijn om oud te zijn, of hoe lang iemand moet zijn om
lang te zijn. We kunnen echter wel met zekerheid zeggen dat iemand van
achtentachtig oud is, en dat een ander persoon van 2 meter 15 lang is. Evenzo
kunnen we niet precies zeggen waar we de grens moeten trekken als het gaat om
welke dieren een psychologie [innerlijke belevingswereld] bezitten.
Maar we kunnen met
absolute zekerheid zeggen dat, waar men de grens op wetenschappelijke gronden
ook trekt, primaten en knaagdieren zich aan de ene kant ervan bevinden (de
psychologische kant), terwijl slakken en amoeben zich aan de andere kant
bevinden — wat overigens niet betekent dat we die laatsten achteloos mogen
vernietigen.
“In de relaties van
mensen met de dieren, met de bloemen, met alle objecten van de schepping, ligt
een complete, grootse ethiek besloten die tot nu toe nauwelijks is opgemerkt.” (Victor Hugo)
5
Maar er
zijn toch dieren die pijn kunnen ervaren, maar een coherente psychologische
identiteit missen. Aangezien deze dieren geen recht hebben op een respectvolle
behandeling, impliceert de filosofie van dierenrechten dat we hen kunnen
behandelen op elke manier die we verkiezen.
Weerlegging: Het klopt dat sommige dieren, zoals
garnalen en mosselen, in staat zijn om pijn te ervaren, maar de meeste andere
psychologische vermogens missen. Als dat waar is, dan zullen zij een aantal van
de rechten missen die andere dieren wel bezitten. Er kan echter geen morele
rechtvaardiging bestaan voor het toebrengen van pijn aan eender wie, indien het
niet noodzakelijk is om dit te doen. En aangezien het voor mensen niet
noodzakelijk is om garnalen, mosselen en soortgelijke dieren te eten, of hen op
andere manieren te gebruiken, kan er geen morele rechtvaardiging zijn voor het
toebrengen van de pijn die steevast met dergelijk gebruik gepaard gaat.
“De vraag
is niet: ‘Kunnen ze redeneren?’ noch ‘Kunnen ze praten?’ maar ‘Kunnen ze
lijden?’” (Jeremy
Bentham)
6
Dieren respecteren
onze rechten niet. Daarom hoeven wij hun rechten ook niet te respecteren.
Weerlegging: Er zijn veel situaties waarin een
individu dat rechten heeft, niet in staat is om de rechten van anderen te
respecteren. Dit geldt voor zuigelingen, jonge kinderen en verstandelijk
verzwakte of demente menselijke wezens. Wat hen betreft zeggen we niet dat het
volkomen in orde is om hen respectloos te behandelen, omdat zij onze rechten
niet respecteren. Integendeel, we erkennen dat we de plicht hebben om hen met
respect te behandelen, ook al hebben zij geen plicht om ons op dezelfde manier
te behandelen.
Wat geldt voor
situaties met zuigelingen, kinderen en de andere genoemde mensen, geldt niet
minder voor situaties met andere dieren. Toegegeven, deze dieren hebben niet de
plicht om onze rechten te respecteren. Maar dat neemt onze verplichting niet weg om hun rechten
te respecteren, noch vermindert het deze.
“Er zal een tijd
komen waarin mensen zoals ik de moord op (andere) dieren zullen beschouwen
zoals ze nu de moord op menselijke wezens beschouwen.” (Leonardo da Vinci)
7
God gaf de mens
heerschappij over andere dieren. Daarom mogen we alles met hen doen, inclusief
hen opeten.
Weerlegging: Niet alle religies stellen het zo voor
dat de mens 'heerschappij' heeft over andere dieren, en zelfs binnen de
religies die dat wel doen, moet het begrip 'heerschappij' worden opgevat als
onbaatzuchtig voogdijschap, en niet als zelfzuchtige macht. Mensen behoren even
liefdevol te zijn tegenover de hele schepping als God was bij het scheppen
ervan. Als we de dieren vandaag de dag zouden liefhebben op de manier waarop de
mens hen liefhad in de Hof van Eden, dan zouden we hen niet opeten. Wie de
rechten van dieren respecteert, is begonnen aan een reis terug naar Eden — een
reis terug naar een oprechte liefde voor Gods schepping.
“En God zei: Zie, Ik
heb u al het zaaddragende gewas op de gehele aarde gegeven, en alle bomen die
zaaddragende vruchten dragen; u zij het tot voedsel.” (Genesis 1:29)
8
Alleen mensen hebben
onsterfelijke zielen. Dit geeft ons het recht om andere dieren te behandelen
zoals we willen.
Weerlegging: Veel religies leren dat alle dieren, en
niet alleen mensen, een onsterfelijke ziel hebben. Maar zelfs als alleen mensen
onsterfelijk zouden zijn, dan zou dit enkel bewijzen dat wij eeuwig leven,
terwijl andere dieren dat niet doen. En dit feit (als het al een feit is) zou
onze verplichting juist vergroten. Dit is immers het enige leven dat andere
dieren hebben, en wij moeten ervoor zorgen dat dit zo lang en zo goed mogelijk
is.
“Er bestaat geen
religie zonder liefde, en mensen kunnen zoveel praten als ze willen over hun
religie, maar als het hen niet leert om goed en vriendelijk te zijn voor andere
dieren en voor mensen, is het allemaal schijn.” (Anna Sewell)
9
Als we dierenrechten
respecteren, en hen niet opeten of op andere manieren exploiteren, wat moeten
we dan met al die dieren doen? In korte tijd, zullen ze door onze steden en
huizen rennen.
Weerlegging: Elk jaar worden er alleen al in de Verenigde Staten
tussen de 4 en 5 miljard dieren gekweekt en geslacht voor voedsel [dit aantal
steeg naar meer dan 9 miljard landdieren in 2023; wereldwijd worden meer dan 85
miljard landdieren per jaar geslacht voor vlees, wat neerkomt op meer dan 2.500
per seconde]. De reden
voor dit verbazingwekkend hoge aantal is simpel: er zijn consumenten die zeer
grote hoeveelheden dierlijk vlees eten. Het aanbod van dieren voldoet aan de
vraag van kopers.
Wanneer de filosofie
van dierenrechten echter triomfeert en mensen vegetariër worden, hoeven we niet
te vrezen dat er miljarden koeien en varkens in onze steden of huiskamers
zullen grazen. Zodra de financiële prikkel om miljarden van deze dieren te fokken
verdampt, zullen er simpelweg niet langer miljarden van deze dieren zijn.
Diezelfde redenering is van toepassing op andere gevallen — bijvoorbeeld bij
dieren die gefokt worden voor onderzoek. Wanneer de filosofie van dierenrechten
zegeviert en het gebruik van deze dieren ophoudt, dan zal de financiële prikkel
om miljoenen van hen te fokken eveneens ophouden.
“De ergste zonde
jegens onze medeschepselen is niet om ze te haten, maar om onverschillig
tegenover hen te zijn. Dat is de essentie van onmenselijkheid.” (George Bernard Shaw)
10
Zelfs als andere
dieren morele rechten hebben en beschermd moeten worden, zijn er belangrijkere
zaken die onze aandacht nodig hebben, zoals hongersnood, kindermishandeling,
apartheid, drugs, geweld tegenover vrouwen en het lot van daklozen. Nadat we
deze problemen hebben opgelost, kunnen we ons pas druk maken over dierenrechten.
Weerlegging: De dierenrechtenbeweging staat niet los
van de mensenrechtenbeweging. Dezelfde filosofie die aandringt op de rechten
van niet-menselijke dieren, verdedigt ook de rechten van mensen. Men kan beide
doen. Mensen hoeven geen dieren te eten om daklozen of kinderen te helpen, net
zomin als ze op dieren geteste cosmetica hoeven te gebruiken. In feite zullen
mensen die de rechten van niet-menselijke dieren respecteren door hen niet op
te eten, gezonder zijn, waardoor zij in de praktijk juist nog beter in staat zullen
zijn om menselijke wezens te helpen.
“Ik ben zowel voor
dierenrechten als voor mensenrechten. Dat is de weg van een heel mens.” (Abraham Lincoln)
--------
Dit pamflet werd
oorspronkelijk gepubliceerd en verspreid door de Culture & Animals
Foundation. Meer informatie over hun werk is te vinden op cultureandanimals.org.
Opmerkingen tussen
vierkante haken zijn van de redacteur.
De citaten van
beroemde personen zijn weergegeven zoals in het origineel, hoewel velen ervan
niet als authentiek kunnen worden bevestigd.
Verder lezen
Coetzee, J. M. Dierenleven. 2001. [1999]
Donaldson, Sue, & Will Kymlicka. Zoöpolis:
Een politieke theorie van dierenrechten. 2022. [2011]
Francione, Gary L., & Anna Charlton. Eten
met geweten: Over de moraliteit van het eten van dieren. 2015. [2013]
Joy, Melanie. Waarom we van honden houden,
varkens eten en koe dragen. 2021. [2010]
Leenaert, Tobias. Naar een vegan wereld: Een
pragmatische aanpak. 2022. [2017]
Nussbaum, Martha C. Gerechtigheid voor
dieren: Onze collectieve verantwoordelijkheid. 2023. [2023]
Regan, Tom. Pleidooi voor dierenrechten.
2022. [1983]
Safran Foer, Jonathan. Dieren eten.
2010. [2009]
Singer, Peter. Dierenbevrijding NU.
2024. [1975]
Biografische notitie
Dr. Tom Regan was
een vriendelijk en vrijgevig man, en een vriend voor velen. Als filosoof van
beroep en roeping combineerde hij wetenschappelijke striktheid en minutieuze
aandacht voor detail met de aanstekelijke passie van een morele overtuiging.
Zijn leven en werk werden het kompas waardoor talloze levens richting vonden,
en zij zullen toekomstige generaties blijven inspireren. Als jongeman werd zijn
eigen leven getransformeerd door een literaire ontmoeting met Mahatma Gandhi,
wat het begin markeerde van zijn reis van vleeseter naar veganist, en tot een
van de meest invloedrijke pleitbezorgers van zijn generatie voor
niet-menselijke dieren.
Tom Regan, geboren
in Pittsburgh, Pennsylvania, op 28 november 1938, doceerde 34 jaar lang
filosofie aan de North Carolina State University. Hij schreef meer dan twintig
boeken — waaronder The Case for Animal Rights (1983) — en honderden
academische artikelen, waarin hij de ideeën uit de voorliggende tekst met veel
detail en groot vakmanschap uitwerkte. Zijn tweedelige biografie, The Bird
in the Cage: A Glimpse of My Life, werd in 1986 gepubliceerd in het tweede
deel ven het academische tijdschrift Between the Species. Door middel van talloze lezingen over
de hele wereld hielp hij het publiek om koeien, varkens, kippen, schapen,
geiten en andere niet-menselijke dieren te zien als de unieke individuen die ze
zijn — niet minder waardevol dan jij of ik. Hij overleed in Raleigh, North
Carolina, op 17 februari 2017.
Dr.
Rainer Ebert
Houston, Verenigde Staten
December 2025
Nawoord
Dierenrechten
Voor mij persoonlijk
is Regans op rechten gebaseerde benadering van groot belang. Zowel morele
rechten (ideeën) als wettelijke rechten (wetten) vormen een beschermende
omheining rond ieder individu. Het is anderen verboden die omheining te
slechten, ongeacht wat iemand heeft gedaan (zoals Regan beschrijft in zijn boek
Empty Cages). Denk aan de meest kwaadaardige persoon die je je kunt
voorstellen. Het zou — op grond van de mensenrechten — verboden zijn hem te
doden. Ja, hij zou voor de rest van zijn leven opgesloten moeten worden om
anderen te beschermen. Het idee van mensenrechten — na de Tweede Wereldoorlog
stevig verankerd, althans in theorie en vaak ook in de praktijk — is cruciaal
voor het voortbestaan van de moderne beschaving. Met beschaving bedoel ik
vreedzaam samenleven en democratische waarden: discussies, ja;
meningsverschillen, ja; ontvoering, marteling, slavernij, lynchpartijen, moord,
executies — dat alles: neen.
Het idee van
dierenrechten — in de zin dat het elke vorm van slacht afwijst en vegetarisme
eist, niet alleen uit persoonlijke compassie maar als politieke eis — is
gebouwd op het fundament van de mensenrechten. Per definitie omvatten
dierenrechten ook mensenrechten.
Er bestaan andere,
verwante ideeën die respect voor dieren en vegetarisme bepleiten. Persoonlijk
acht ik die minder bruikbaar. De term animal liberation
(dierenbevrijding) houdt in dat we de onderdrukking en uitbuiting van dieren
verwerpen — niet dat we (zoals een geschokte vriend van mij aannam) simpelweg
alle kooien in de dierentuin zouden openen en de tijgers en krokodillen hun
gang zouden laten gaan. Animal liberation is een concept van
maatschappelijke verandering.
Opmerkelijk is dat
Peter Singers utilitaristische benadering, uiteengezet in zijn boek Animal
Liberation, bepaalde vormen van dierenuitbuiting toestaat wanneer die voor
velen nuttig zijn. Dat is in strijd met dierenrechten. Evenzo is het idee om “speciesisme” (de discriminatie van dieren) af te wijzen omdat
het onrechtvaardig is, logisch. Maar het
heeft weinig zin om speciesisme af te wijzen als we iedereen slecht
behandelen, als niemand rechten heeft.
Een reis naar het
onbekende?
Als je Regans
argumenten overtuigend vindt en besluit om dierenrechten te steunen, dan is de
volgende logische stap: vegetariër worden, of eigenlijk veganist. Als
voorstanders van dierenrechten en als vegetariërs begeven we ons op interessant
terrein. De grond onder onze voeten is solide. We kunnen erop vertrouwen dat
vegetarische en veganistische voedingspatronen gezond en veilig kunnen zijn.
Maar we bewegen ons op de rand van goed verkend terrein, en zetten soms stappen
in het onbekende. Een vegetarisch — laat staan veganistisch — land bestaat nog
nergens op aarde. Dierenrechten zijn (voor velen) moreel overtuigend. Ze zijn
juridisch ook mogelijk, maar alleen als de meerderheid van de mensen zich er
achter schaart. We hebben het hier over een realiseerbare utopie: we weten hoe
ze te bouwen, maar ze blijft visionair.
Om te bepalen waar
we naartoe kunnen, moeten we erkennen waar we nu staan. Het is alsof we
onbekend terrein betreden, een metaforische “jungle”. Dat brengt risico’s met
zich mee. Waarom? Omdat maatschappelijke verandering altijd gepaard gaat met
gevaren en onbedoelde gevolgen. Dat is geen probleem dat uitsluitend de
veganistische of dierenrechtenbeweging treft. Het is een tragische les uit de
strijd voor burgerrechten en vrouwenrechten. De dierenrechtenbeweging is echter
bijzonder. Afgezien van bepaalde religies met voedingsvoorschriften is het de
eerste sociale beweging die expliciet vraagt om ons voedingspatroon te
veranderen. Belangrijk is bovendien dat miljoenen mensen al decennialang dit
“onbekende” veganistische territorium hebben betreden. Sterker nog: het
veganistische terrein breidt zich uit en schuift op in wat voorheen overwegend
omnivore gebieden waren.
Niettemin zijn er
veel fouten gemaakt en zijn er veel lessen geleerd. Waarom zouden we die
“insiderkennis” niet gebruiken om onze reis comfortabeler te maken? Volgens
velen — en ik deel die opvatting — zijn er twee terreinen waar zich vaak
problemen voordoen: (1) voeding en (2) het sociale leven.
(1) Voeding
De vroegste boeken
waarin dierenrechten en vegetarisme met elkaar werden verbonden, dateren uit
het einde van de 19e eeuw — met name Henry Salts Animals’ Rights uit
1892. De voedingswetenschap stond destijds nog in de kinderschoenen. De voor de
mens essentiële vitamines werden pas in de eerste helft van de 20e eeuw
ontdekt. De eerste organisatie die zichzelf als veganistisch definieerde, de
Vegan Society in Engeland, werd opgericht in 1944. De laatste vitamine die
ontdekt werd — vitamine B12 — werd ongeveer vier jaar later geïsoleerd. Veel
ideeën over voeding uit klassieke negentiende-eeuwse vegetarische boeken
blijven tot op de dag van vandaag circuleren binnen de vegetarische beweging.
Inmiddels heeft de
voedingswetenschap echter verschillende potentiële knelpunten én hun
oplossingen in kaart gebracht. Laten we die kennis benutten.
Als
voedingswetenschapper en langdurig veganist adviseer ik het volgende. Noem het
de zes gouden regels van veganistische voeding:
1) Vervang dierlijke
producten door peulvruchten en producten op basis van peulvruchten
(bijvoorbeeld tofu, sojamelk). Peulvruchten zijn uitstekende bronnen van eiwit,
ijzer en zink.
2) Gebruik een
vitamine B12-supplement — tenzij je vrijwel dagelijks met B12 verrijkte
producten consumeert. Ongeveer 10–50 microgram per dag of circa 2.000 microgram
eenmaal per week.
3) Zorg voor
voldoende vitamine D via een supplement (ongeveer 20–25 µg per dag) of via
zonlicht.
4) Zorg voor
voldoende jodium via gejodeerd zout, zeewier (bijvoorbeeld nori of wakame) of
een supplement (100–150 microgram per dag).
5) Gebruik
regelmatig een bron van omega-3-vetzuren, bijvoorbeeld lijnzaadolie,
koolzaadolie, walnoten of hennepzaad.
6) Eet dagelijks
calciumrijke producten, bijvoorbeeld met calcium verrijkte producten, Chinese
kool (napa), paksoi of broccoli.
Opmerkingen:
- Een veganistisch multivitamine kan praktisch zijn, omdat het vitamine B12, vitamine D en jodium bevat.
- Vitamine B12 is de belangrijkste. De meeste ovo-lacto-vegetariërs doen er eveneens verstandig aan een B12-supplement te gebruiken.
- Een gezond voedingspatroon bevat voldoende fruit, groenten, volkorenproducten en peulvruchten, evenals noten, zaden en gezonde plantaardige oliën.
- Meer informatie is te vinden op ivu.org of vegansociety.com.
(2) Het sociale
leven
Toen Donald Watson —
de man die het woord “vegan” introduceerde — werd gevraagd wat hij het
moeilijkst vond aan veganist zijn, antwoordde hij: “Ik denk het sociale
aspect.”
Wie vegetariër wordt
— en zeker wie veganist wordt — kan “problemen” ondervinden met zowel omnivoren
als met andere veganisten. Sommige omnivoren reageren ondersteunend. Anderen
kunnen boos, aangevallen, geïrriteerd of defensief reageren. Sommigen zullen
geneigd zijn elk klein gezondheidsprobleem toe te schrijven aan je
veganistische voedingspatroon.
Al in 1944 schreef
Donald Watson: “We mogen er zeker van zijn dat, als er ook maar een puistje
verschijnt dat de schoonheid van onze fysieke verschijning aantast, dit in de
ogen van de wereld volledig te wijten zal zijn aan onze eigen domme fout dat
wij geen ‘goed voedsel’ eten.”
Contact met andere
vegetariërs, veganisten en voorstanders van dierenrechten kan verrijkend zijn.
Zij kunnen tips delen, morele steun bieden en zijn vaak prachtige mensen.
Tegelijkertijd gaat het om een zeer diverse groep. Het is goed mogelijk dat je
veganisten ontmoet van wie bepaalde opvattingen of karaktereigenschappen jou
nogal “interessant” (zoals men in Engeland zegt) of ronduit “vreselijk” (zoals
wij in Duitsland zeggen) voorkomen.
Mensen kunnen lastig
zijn. Vegetariër, veganist of dierenrechtenvoorstander zijn, kan dat soms nog
ingewikkelder maken. Toch kunnen enkele basisregels het leven aanzienlijk
vergemakkelijken. Noem het de vier gouden regels om niet gek te worden:
1) Preek niet.
Miljoenen veganisten hebben het geprobeerd en zijn er niet in geslaagd anderen
zo te overtuigen. Kies voor het goede voorbeeld. Probeer een “vrolijke
veganist” te zijn en hanteer een vorm van vriendelijk activisme. Vermijd
opdringerigheid.
2) Ken je grenzen.
Vraag om respect en toon zelf respect. Verdraag elkaars verschillen. Als het
gemakkelijk was, zou het geen tolerantie heten.
3) Zoek contact met
andere vegetariërs en veganisten — zij kunnen je vaak ondersteunen. Verwacht
echter niet dat zij perfect zijn of een wondermiddel.
4) Zorg goed voor je
gezondheid. Wees geen fanaticus. Niets in het leven is 100% consequent.
Samenvattend
Wat voeding betreft
kunnen veganistische voedingspatronen zeer gezond zijn. Dat betekent echter
niet dat een veganistisch voedingspatroon automatisch gezond is. Doorslaggevend
is dat je de essentiële voedingsstoffen binnenkrijgt — vooral vitamine B12 — en
dat je je voedingspatroon idealiter grotendeels baseert op onbewerkte voeding.
Een eeuwenoude vraag
die nog weleens de kop opsteekt is: “Zijn mensen anatomisch gezien omnivoren?”
Maar vanuit het oogpunt van de moderne voedingsepidemiologie — onderzoek naar
voeding en gezondheid bij mensen — is dat helemaal geen relevante vraag. Deze
vraag is bovendien sterk overgesimplificeerd. De relevante vraag die we moeten
stellen is: wat laten onderzoeken naar veganisten zien? Het antwoord: dat
veganistische voedingspatronen zeer gezond kunnen zijn.
Wat het sociale
aspect betreft, is het nog nooit in de geschiedenis zo makkelijk, handig en
maatschappelijk geaccepteerd geweest om veganist te zijn. Naar mijn mening kan
het nuttig zijn om een zekere “ethische paradox” te aanvaarden: enerzijds
pleiten voor dierenrechten, erkennen dat dierenrechten vegetarisme impliceren
en dat consequent vegetarisme neerkomt op veganisme — terwijl men anderzijds
van mening blijft dat ieder mens het recht heeft zijn of haar eigen
voedingskeuzes te maken.
Logischerwijs kan
dit inconsistent lijken. Het kan lijken op het stellen van een politieke eis
voor dierenrechten, terwijl men tegelijkertijd de schending van die rechten
ruimhartig tolereert. Maar het is een strategie die omnivoren kan helpen om
jouw standpunten te 'tolereren', wat jouw leven makkelijker maakt en je kan
helpen om — om het met de woorden van Colleen Patrick-Goudreau te zeggen — een
'vreugdevolle veganist' te zijn. Het kan ook dieren helpen, omdat het bruggen
slaat richting dierenrechten in plaats van muren op te trekken.
Persoonlijk spreekt
deze benadering mij erg aan. Sektarische, zelfopofferende, zichzelf kwellende
of werkverslaafde martelaarshoudingen spreken mij niet aan. In de woorden van
Mephistopheles, in Goethes toneelstuk Faust uit het begin van de 19e
eeuw: “men hoeft zichzelf niet al te angstig te kwellen.” En dit wordt gezegd
door Mephistopheles — een soort demon en nihilistische geest.
Als u niet van
demonen houdt, kies dan voor Donald Watson. Toen hem op 94-jarige leeftijd werd
gevraagd naar zijn eigen prestaties, zei hij: "Een hedonist zijn, mits ik
mezelf, andere mensen, dieren of de planeet geen schade berokken.”
Dr.
Christian Koeder
Ellwangen, Duitsland
Februari 2026
Dutch Nederlands De filosofie van dierenrechten